Plaatsingsinstructies

  • ALGEMEEN
    - Na het aanbrengen van de Novex onderdakplaten moet de dakbedekking onmiddellijk geplaatst worden, dit om de kwaliteit van de platen niet in het gedrang te brengen door bv. slechte of extreme weersomstandigheden.
    - De onderdakplaten dienen ten laatste 1 jaar na productie verwerkt te worden.
    - De Novex onderdakplaten worden met de langste zijde evenwijdig met de goot geplaatst.
    - De maximaal toegelaten ondersteuningsafstand bedraagt 500 mm, hart-op-hart gemeten.

 

 

  • DE ZIJDELINGSE AANSLUITING VAN DE ONDERDAKPLATEN

- Tegen elkaar aansluitend (1a)
Men zorgt er dan voor dat de zijdelingse naden juist boven een keper vallen. Hierbij laat men een voeg van ca. 3 mm. Deze voeg wordt afgedicht met een waterbestendige voegband of plastisch blijvende voegkit.

 

 - Elkaar overlappend (1b)
Dit is vooral aan te raden bij smalle kepers of spanten en bij sterk blootgestelde gebouwen. De zijdelingse overlap moet minimaal 100 mm bedragen. Bij dit systeem worden op de plaats waar 4 platen samen komen de hoeken afgeschuind zoals gebruikelijk is bij golfplaten. De dikte van de tengellat moet op de plaats van de overlap aangepast worden, zodat de vlakheid van het dakvlak behouden blijft.
Een andere mogelijkheid is op de andere kepers of spanten, waar de platen elkaar niet overlappen, een strook onderdakplaat aan te brengen.

Onderdak zijdelingse overlapping - aansluiting

 

 

  • LENGTEOVERLAPPING
    In de hoogte moet men steeds met een overlapping werken die varieert volgens de dakhelling.   
Dakhelling 15° 20° 25° 30° 35° 40° 45° 50° 55°
Overlapping (mm) 146 118 101 90 82 77 72 69 67

De verdikking ter plaatse van de lengteoverlapping kan op verschillende manieren worden opgevangen:

- Een inkeping aanbrengen in de kepers (2a).
- De tengellatten plaatselijk onderbreken. Indien er juist op die plaats een panlat moet komen, kan dit opgevangen worden door een stukje tengellat te plaatsen (2b).
- Bij het nagelen van de tengellatten telkens een stukje NOVEX mee onder vernagelen. Zo wordt ook vermeden dat de tengellatten bij eventuele waterinfiltratie nat worden (2c).
Onderdak lengteoverlapping - aansluiting

 


  • DOORBREKINGEN IN HET DAKVLAK
Wanneer in het dakvlak doorbrekingen voorkomen, kan eventueel infiltratiewater op verschillende manieren afgeleid worden
- door tengellatten schuin achter de dakdoorbreking te plaatsen (3a);
- door een metalen of kunststof afvoerstuk achter de dakdoorbreking aan te brengen (3b);
- kleinere dakdoorbrekingen kunnen door een mastiekrand beschermd worden (3c).
Onderdak - dakdoorbrekingen

 

 

  • VENTILATIE
Bij alle dakbedekkingsmaterialen moet er steeds voor gezorgd worden dat de spouw tussen onderdak en dakbedekking goed geventileerd wordt om condensatie en vorstschade te voorkomen. Onderdak - ventilatie

 

 

Download hier de PDF met uitgebreide Technische Gegevens.