Plaatsingsinstructies

OPBOUW

  1. Meerdere standaardstukken die op elkaar geplaatst worden en door hun speciaal model aan de zijkanten schuingerichte windgeleiders vormen (1).
  2. Een kopstuk met inkepingen bovenaan voor de bevestiging van het verspreidingselement (2).
  3. De verspreider die hoofdzakelijk tot doel heeft duikende winden buiten het rookkanaal te houden en naar de windgeleider om te buigen (3).

 
Een Conductor-S heeft een kopstuk met grote inkepingen bovenaan (7). De verspreider is hier door een deksteen vervangen (4).

Conductor doorsnede

PLAATSING

  • Een eerste standaardstuk wordt op de gemetselde schoorsteen geplaatst en vastgezet met een rijnzand-cementmortel.
    De schuine lege hoek (6)die ontstaat tussen het metselwerk en de Conductorwand moet met mortel en stukjes baksteen opgevuld worden op de doorsnede van het gemetselde kanaal.
  • Vervolgens wordt op de 4 steunpunten een weinig mortel aangebracht (± 1 cm dik) waarna men het volgende stuk plaatst. Deze werkwijze is ook van toepassing voor het plaatsen van het kopstuk.
  • De verspreider wordt daarna in de inkepingen gelegd (3).
    In normale gevallen moet de verspreider parallel liggen met de overheersende windrichting.
    Bij schouwen die op dezelfde hoogte als de nok eindigen is het best de verspreider evenwijdig met de nok te plaatsen.
    Bij schoorstenen die beneden de nok eindigen is de montage haaks op de nok de beste oplossing.
  •  Voor de montage van de Conductor-trekregelaars op meerdere schouwpijpen zal men voor de plaatsing op dezelfde wijze tewerk gaan zoals hiervoor beschreven. Men zal er echter op dienen te letten dat men eerst alle onderste stukken plaatst en vastzet, te beginnen met de middenste.
  • Van belang is dat de voegen tussen de kappen met mortel worden opgevuld. Een voeg van minimum 1 cm is aan te bevelen (5).